Bij een platvoet is de overlangse voetboog aan de binnenzijde van de voet abnormaal laag of volledig verdwenen. Hierdoor raakt bijna de volledige voetzool de grond.
Een platvoet hoeft niet noodzakelijk klachten te geven. In veel gevallen worden pas problemen opgemerkt bij intensievere belasting of specifieke afwijkingen.
Typische klachten kunnen zijn:
Vage pijn of vermoeidheidsgevoel in de voetboog of hele voet.
Pijn aan de binnenzijde van de enkel en het onderbeen, ter hoogte van de tibialis posterior-pees.
Soms juist pijn aan de buitenzijde van de enkel, door een foutieve stand van de achtervoet.
Er bestaan verschillende vormen van platvoet:
Soepele platvoet: de voetboog is afwezig in stand, maar verschijnt bij bijvoorbeeld tippen op de tenen.
Rigide platvoet: de voetboog is permanent afwezig. Vaak gaat dit gepaard met slijtage of met aangeboren vergroeiing van voetbeentjes (tarsale coalitie).
De diagnose van een platvoet wordt gesteld aan de hand van:
Klinisch onderzoek: evaluatie van de stand en beweeglijkheid van de voet.
Radiografie (RX): toont de botstructuren en afwijkingen in de voetboog.
Echografie: in beeld brengen van peesstructuren, zoals de tibialis posterior.
CT-scan: voor een gedetailleerd beeld bij vermoeden van botvergroeiingen of afwijkingen in de achtervoet.
De aanpak hangt af van de ernst en het type platvoet:
Conservatief:
Steunzolen die de voetboog ondersteunen.
Stevige schoenen of eventueel orthopedisch schoeisel.
Chirurgisch:
Indien nodig kan de stand van de voet chirurgisch worden gecorrigeerd.
Afhankelijk van de oorzaak kan dit via peestransfers, botcorrecties (osteotomieën) of het vastzetten van gewrichten (arthrodeses).