Geïnfecteerde heupprothese

Een infectie van een heupprothese komt gelukkig zelden voor. Maar als het gebeurt, is het een ernstige en complexe complicatie. Een goede en snelle behandeling is dan belangrijk.

Welke klachten kun je hebben bij een geïnfecteerde heupprothese?

  • Pijn in je heup, plots of aanhoudend

  • Koorts of koude rillingen

  • Je voelt je algemeen ziek of vermoeid

  • Problemen met de operatiewond (zoals een blijvende wonduitvloei of een open kanaaltje – fistel)

  • Soms laat de prothese los

Wat verhoogt het risico op een infectie?

Sommige situaties maken de kans op een infectie iets groter:

  • Je kreeg een prothese na een heupbreuk, kopnecrose of vroegere infectie

  • Je had wondproblemen na de operatie

  • Je gebruikt medicijnen zoals cortisone of chemotherapie

  • Je hebt diabetes, leverproblemen of rookt

  • Je had al eens een infectie aan een andere prothese

Hoe wordt de infectie vastgesteld?

Als we vermoeden dat je heupprothese ontstoken is, doen we een aantal onderzoeken:

  • Een gesprek en lichamelijk onderzoek

  • Bloedafname om te kijken naar ontstekingswaarden

  • Een röntgenfoto van je heup

  • Een punctie: met een dunne naald halen we vocht uit het gewricht om te onderzoeken

  • Soms ook een botscan of een biopsie (stukje weefsel wegnemen voor onderzoek)

Hoe behandelen we een geïnfecteerde heupprothese?

  • DAIR (schoonmaken en prothese behouden)
    • Hierbij vervangen we de losse onderdelen van de prothese (zoals het kopje en de binnenkant van de kom), maar laten we de vaste delen zitten.
    • De prothese en het omliggende weefsel worden grondig schoongemaakt.
    • Je krijgt ongeveer 3 maanden antibiotica, waarvan de eerste 2 weken via een infuus.
    • Je mag meestal meteen opnieuw op je heup steunen.
    • Deze methode werkt het best als de infectie snel wordt opgespoord.
  • One-step exchange (vervanging in één operatie)
    • Je volledige prothese wordt verwijderd én tijdens dezelfde operatie vervangen door een nieuwe.
    • Dit kan enkel als de bacterie goed gekend en behandelbaar is, en je weefsels gezond genoeg zijn.
    • Het voordeel: slechts één operatie nodig.
  • Two-step exchange (vervanging in twee fases)
    • Bij de eerste operatie wordt de prothese verwijderd en vervangen door een tijdelijke ‘spacer’ met antibiotica.
    • Deze spacer houdt alles op spanning en helpt de infectie bestrijden.
    • Na ongeveer 6 weken volgt een tweede operatie waarbij je een nieuwe definitieve prothese krijgt.
    • Daarna krijg je nog eens 6 weken antibiotica.
  • Girdlestone of blijvende antibiotica
    • Als geen van de bovenstaande behandelingen mogelijk is, kan het zijn dat we:
    • De prothese definitief verwijderen (Girdlestone-ingreep). Je hebt dan geen heupgewricht meer, maar kunt vaak toch nog beperkt bewegen.
    • Of we de prothese behouden, maar behandelen met levenslange antibiotica om de infectie onder controle te houden.
    • Soms ontstaat er een fistel waardoor de infectie naar buiten kan draineren. Dan kan het zijn dat antibiotica niet meer nodig zijn.

Een infectie van een heupprothese is een ingrijpende situatie. We bekijken samen met jou welke behandeling het meest geschikt is, rekening houdend met je gezondheid, je infectie en je wensen.

Heb je vragen of zorgen? Aarzel niet om contact op te nemen met je arts of zorgteam.

De inhoud van deze pagina is bijgewerkt op 21 januari 2026

Uw browser voldoet niet aan de minimale vereisten om deze website te bekijken. Onderstaande browsers zijn compatibel. Mocht je geen van deze browsers hebben, klik dan op het icoontje om de gewenste browser te downloaden.