Arthrose wordt in de volksmond gemakkelijk "slijtage" genoemd. Het is het verlies van de beschermende kraakbeenlaag.
Een gewricht verbindt twee beenderen, in dit geval het bovenbeen en het onderbeen met elkaar terwijl beweging wordt toegelaten. Naast ligamenten, kapsel, menisci omvat het kniegewricht ook nog kraakbeen. Een dikke kraakbeenlaag bedekt de uiteinden van zowel boven- als onderbeen, en staat de knie toe te bewegen doordat de kraakbeenlagen van boven- en onderbeen vlot en glad over elkaar glijden.
Bij arthrose is deze kraakbeenlaag verdund en in uitgesproken gevallen op bepaalde plaatsen volledig verdwenen, zodat het onderliggend bot bloot komt te liggen, waardoor de klachten veroorzaakt worden.
Typisch arthrotische klachten zijn onder andere:
Veelal kan de arts op basis van je klachten al arthrose vermoeden. Voor het stellen van de diagnose is een eenvoudige RX opname voldoende. Let wel dat deze steeds staand genomen moet worden om arthrose vast te stellen of uit te sluiten. Een MRI of Arthro-CT kunnen bij twijfel doorgevoerd worden, maar zijn doorgaans niet nodig.
Bij beginnende arthrose zijn er nog verschillende dingen die je zelf kan doen:
Bij uitgesproken arthrose bestaat de enige definitieve oplossing uit het plaatsen van een knieprothese. Daarbij worden de beschadigde oppervlaktes vervangen door een kunstgewricht. Dit kan het volledige kniegewricht zijn, of een gedeelte ervan (meer info over knieprotheses vind je hier). Een zogenaamde "opkuis" door middel van een kijkoperatie wordt afgeraden.
Studies hebben ondertussen voldoende aangetoond dat het effect hiervan in het beste geval tijdelijk is. Vaak wordt er zelfs een negatief effect waargenomen gezien de bovenbeenspier na de operatie verzwakt wordt.