Bij heupimpingement maken het bovenbeen (de heupkop) en het bekken (de heuppan) abnormaal contact. Dat zorgt voor pijn en kan op langere termijn schade aanrichten in het gewricht.
De meest voorkomende klacht is liespijn bij diepe buig- of draaibewegingen van de heup.
In het begin merk je de pijn vooral tijdens het sporten. Later kan ook gewoon zitten, stappen of autorijden lastig worden.
Typische uitlokkers van pijn:
Sporten met veel diepe heupbuigingen (bv. squats, dansen, hockey…)
Zitten in een diepe zetel
Je heup naar binnen draaien
Lopen of langdurig staan
Autorijden
Normaal past de heupkop mooi in de pan van het bekken. Bij impingement is de vorm van een van beide afwijkend. Daardoor raken ze elkaar op een manier die niet hoort, vooral bij bepaalde bewegingen.
Dat kan leiden tot:
Letsels aan het kraakbeen
Scheurtjes in het labrum, een soort zachte rand rond de heuppan
Op langere termijn: heupartrose
Er zijn twee hoofdvormen, die vaak ook samen voorkomen:
CAM-impingement: extra bot op de heupkop, vooral bij jonge mannen (25-35 jaar)
PINCER-impingement: extra bot op de heuppan, vooral bij vrouwen vanaf middelbare leeftijd
De arts voert één of meer van deze onderzoeken uit:
FADIR-test: je heup wordt in een bepaalde positie gebracht om pijn uit te lokken
Radiografie (RX): om de vorm van je heupkop en heuppan te bekijken
CT-scan: gedetailleerde beelden van de botstructuren
MR-scan: toont het kraakbeen en zachte weefsels zoals het labrum
Je arts bekijkt samen met jou welke behandeling het best past. Die kan bestaan uit:
Rust en vermijden van uitlokkende bewegingen
Ontstekingsremmers om de pijn te verzachten
Kinesitherapie om je heup- en rompspieren te versterken en je bekken beter te leren bewegen
Heupinfiltratie: een inspuiting in het gewricht
Kijkoperatie: via kleine gaatjes wordt het overtollige bot verwijderd
Heupprothese: bij ernstige schade wordt je eigen heup vervangen door een kunstgewricht