Het contrastmiddel helpt de radioloog bij het beoordelen van uw MRI-scan. Het contrastmiddel wordt toegediend via een klein naaldje dat in een ader wordt geplaatst, meestal in de plooi van de elleboog.
Tijdens of kort na de injectie kan je een koude-of warmtegevoel ervaren, alsook een vreemde smaak in de mond. Misselijkheid kan soms voorkomen gedurende enkele minuten. Het kleurloze contrastmiddel verdwijnt via de urine uit het lichaam in de uren na het onderzoek.
Je hoeft niet nuchter te zijn voor het MRI-onderzoek tenzij wij dit specifiek doorgeven.
Tijdens of kort na de injectie kan je een koude of warmtegevoel ervaren, alsook een vreemde smaak in de mond. Misselijkheid kan soms voorkomen gedurende enkele minuten.
Na het onderzoek kan je je dagelijkse activiteiten onmiddellijk hervatten. Het wordt aangeraden om extra water te drinken na het onderzoek.
De overgrote meerderheid van de patiënten ervaart geen negatieve effecten. Mogelijke risico’s zijn:
Zelden (± 0.1% ) treedt er een milde allergische reactie (hoesten, niezen, huiduitslag of jeuk,…) op tot 48 uur na het onderzoek.
Zeer zelden (<<0.01%) treedt er een zware allergische reactie op (moeilijke ademhaling, opgezwollen keel, versnelde hartslag, allergische shock).
Indien je een reactie opmerkt nadat je de dienst reeds verlaten hebt, gelieve ons hiervan op de hoogte te brengen zodat we dit in je dossier kunnen noteren.
Het contrastmiddel kan een zeldzame keer tijdens de inspuiting naast het bloedvat terechtkomen. Zwelling en pijn ter hoogte van de injectieplaats kunnen dan optreden. Dit trekt normaal gezien in de dagen na het onderzoek terug weg. Indien dit voorkomt zullen we instructies geven hoe dit goed te behandelen.
Bij de meeste mensen is geen bloedonderzoek nodig om gadoliniumhoudend contrast veilig toe te dienen. Het middel is zeer veilig en wordt normaal goed door de nieren verwerkt.
We vragen enkel nog een bloedafname om de nierfunctie te controleren indien er in de voorgaande week reeds een onderzoek gebeurt is met gadoliniumhoudend contrast. Ook dan is het afhankelijk of er bepaalde risicofactoren aanwezig zijn zoals nierproblematiek of diabetes.