Het toedienen van jodiumhoudend contrast tijdens de zwangerschap kan noodzakelijk zijn om een snelle en betrouwbare diagnose te stellen bij potentieel ernstige of levensbedreigende aandoeningen van de moeder, zoals longembolie, ernstige infecties, trauma, vasculaire pathologie of oncologische aandoeningen. In dergelijke situaties kan adequate beeldvorming met contrast essentieel zijn voor het bepalen van het juiste behandelbeleid.
Het welzijn van de moeder is hierbij van groot belang, aangezien onbehandelde of vertraagd gediagnosticeerde aandoeningen ook risico’s kunnen opleveren voor de foetus. Wanneer alternatieve beeldvormende technieken zonder contrast (zoals echografie of MRI zonder contrast) onvoldoende diagnostische informatie bieden, kan een CT-onderzoek met jodiumhoudend contrast gerechtvaardigd zijn.
Het contrastmiddel helpt de radioloog bij het beoordelen van de CT-scan. Het contrastmiddel wordt toegediend via een klein naaldje dat in een ader wordt geplaatst, meestal in de plooi van je elleboog.
Tijdens de injectie kan je een warmtegevoel ervaren, alsook een vreemde smaak in de mond. Misselijkheid kan soms voorkomen gedurende enkele minuten, of het vals gevoel dat je moet plassen.
De overgrote meerderheid van de patiënten ervaart geen negatieve effecten. Mogelijke risico’s zijn:
Het gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen (ICM) bij zwangere patiënten blijft onderwerp van discussie, omdat deze middelen in kleine hoeveelheden de placenta passeren. Door het beperkte aantal humane studies is er onvoldoende hard bewijs over mogelijke nadelige effecten op de foetus. Dierstudies tonen geen congenitale afwijkingen aan, al bestaan er theoretische zorgen over mogelijke beïnvloeding van de foetale schildklier.
De beschikbare humane studies, waaronder één vergelijkende studie en meerdere niet-vergelijkende studies, vonden geen verband tussen het gebruik van ICM en congenitale afwijkingen of verstoring van de neonatale schildklierfunctie. Een recente systematische review bevestigde deze bevindingen en rapporteerde geen gevallen van (tijdelijk) neonatale schildklierdisfunctie na CT-onderzoek met ICM.
Gezien de beperkte en laagkwalitatieve evidence baseren klinische aanbevelingen zich voornamelijk op internationale richtlijnen. De European Society of Urogenital Radiology (ESUR) en het American College of Radiology (ACR) stellen dat ICM niet moet worden onthouden wanneer het noodzakelijk is voor diagnostiek tijdens de zwangerschap. De Royal Australian and New Zealand College of Radiologists (RANZCR) en de ESUR adviseren om bij pasgeborenen van moeders die tijdens de zwangerschap ICM hebben ontvangen de neonatale schildklierfunctie te controleren.
Samenvattend suggereren zowel de beperkte literatuur als de internationale richtlijnen dat het gebruik van ICM tijdens de zwangerschap toegestaan is wanneer dit klinisch noodzakelijk is maar vragen ze voor neonatale follow-up van de schildklierfunctie. Wij zullen je behandelende gynaecoloog hiervan op de hoogte brengen.
Blijf 4 uur voor het onderzoek nuchter om het risico op misselijkheid en braken bij contrasttoediening te verminderen.
Tijdens de injectie kan je een warmtegevoel ervaren, alsook een vreemde smaak in de mond. Misselijkheid kan soms voorkomen gedurende enkele minuten, of het vals gevoel dat je moet plassen.
Na het onderzoek kan je de dagelijkse activiteiten onmiddellijk hervatten. Het is aangeraden om wat extra water te drinken na het onderzoek.
Omdat dit onderzoek een CT-scan met intraveneus jodiumhoudend contrast betreft en je zwanger bent, vragen wij je om vóór de start van het onderzoek een geïnformeerde toestemming (informed consent) te ondertekenen.
Met deze toestemming bevestig je dat:
Deze toestemming ondersteunt een weloverwogen medische beslissing in het belang van jouw gezondheid en die van je baby.