Een borstvergroting is een zeer dankbare ingreep. Maar, na jaren vraagt men zich vaak af of de protheses niet vervangen moeten worden. Bovendien kunnen de borsten dan van vorm veranderd zijn. Dit kan het gevolg zijn van een zwangerschap, gewichtsverandering of de menopauze.
Een correctie is altijd mogelijk om weer 100% goed in uw vel te zitten
Na een eerdere borstvergroting zijn er een aantal mogelijkheden:
Welke optie voor jou het meest aangewezen is, wordt samen met jou besproken.
Als de tepels boven de plooi van de borst staan, is het meestal mogelijk om een mooi resultaat te verkrijgen met alleen een vergroting (raadpleeg voor nadere informatie onze brochure “Borstvergroting”). Een prothesewissel voor nieuwe borstprotheses of alleen het verwijderen van de huidige protheses is dan een optie. Dit kan eventueel met een lipofilling gecombineerd worden. Als je voor grotere protheses opteert, moet het kapsel opengemaakt worden. Voor kleinere borstprotheses moet er vaak een nieuwe holte gemaakt worden.
Als de tepels onder de plooi staan, is een lift meestal de aangewezen behandeling. De ingreep is anders bij het verwijderen van de borstprotheses dan bij een wissel voor grotere of kleinere protheses. Na de operatie zijn de borsten steviger.
Patiënten kunnen een vrij dik, rood en gevoelig litteken ontwikkelen. Dit herstelt zich meestal na verloop van tijd. De zwelling en gevoeligheid nemen af. De littekens worden meestal smaller en witter, maar kunnen ook breder worden. Soms zijn de borsten niet helemaal gelijk van grootte. Ook de vorm en de gevoeligheid van de tepels kunnen anders zijn dan voor de operatie. Onderzoek naar eventuele knobbeltjes of andere afwijkingen blijft na een borstlift goed uitvoerbaar.
De duur van de ingreep varieert tussen de een tot drie uur, afhankelijk van wat er allemaal gedaan moet worden.
Deze operatie vindt plaats onder algehele narcose. Er bestaan diverse operatietechnieken zoals hierboven besproken. De plastisch chirurg zal jou vóór de operatie informeren over de techniek van zijn of haar keuze. Het maakt veel verschil of het kapsel kan blijven zitten of verwijderd moet worden, omdat er bij verwijdering van de protheses meer kans is op nabloedingen.
Bij een borstlift wordt de borst gelift door verplaatsing van de tepel en verkleining van de tepelhof. Soms moet er extra huid onderaan verwijderd worden. Het litteken loopt dan om de tepelhof heen en verticaal naar beneden tot in de borstplooi. Soms is een horizontaal litteken onvermijdelijk, dan ontstaat er een ankervormig litteken.
In het wondgebied kunnen soms twee dunne slangetjes (drains) achtergelaten worden, die verbonden zijn met twee vacuümflesjes. Zij zorgen ervoor dat het wondvocht kan worden afgevoerd.
Een protheseverwijdering of -wissel en/of borstlift heeft dezelfde risico’s als elke andere operatie. Een wonde kan nabloeden of er kan een infectie optreden. Ook kan de wonde iets opengaan, met name net onder de tepel en midden onder de borst in de plooi.
In zeldzame gevallen is de bloedcirculatie in de wondranden onvoldoende en kan een deel van het borstweefsel afsterven. Zo kan de tepel ook gedeeltelijk of volledig afsterven. Dit risico bestaat vooral bij rokers.
Na de operatie kan het gevoel in de tepels verminderd of zelfs geheel verdwenen zijn. Vaak komt het gevoel weer terug, maar niet altijd volledig.
De resultaten van de ingreep stemmen meestal tot tevredenheid. Er kan echter geen garantie worden gegeven voor een goed resultaat of voor een absolute symmetrie van de borsten. Bovendien duurt het zeker zes maanden voor de borsten hun definitieve vorm hebben.
Wat zich soms voordoet is een enigszins verminderde gevoeligheid van de tepels. Ook de littekens kunnen minder fraai worden, meestal ten gevolge van een gestoorde wondgenezing. Incidenteel is een tweede operatie nodig om een optimaal resultaat te bereiken. De borsten kunnen ook weer verslappen, bijvoorbeeld door vermagering en veroudering.
Maar, patiënten zijn meestal zeer opgelucht en blij.