pijn is een onplezierige ervaring, een ingewikkeld verschijnsel, na trauma (vb. operatie, ongeval,…) treedt er een pijnprikkel op.
Deze pijnprikkel gaat via de zenuwbanen naar de hersenen, er komt een soort verbinding tussen de pijnprikkel en de hersenen tot stand, daar voelt u pijn.
Pijn heeft een belangrijk waarschuwingssignaal zo sterk en indringend dat de hersenen het signaal niet kunnen negeren. ( vb. hand op warme plaat→ signaal → hand wegtrekken).
Het is niet gemakkelijk om pijn te omschrijven, in het ziekenhuis hebben we een folder (pijn-bevraging) met info om je hierbij te helpen. Met deze info helpen we je verwoorden waar, hoe en hoeveel pijn je ervaart. Die informatie is belangrijk voor ons om voor u de correcte pijnbehandeling te voorzien.
Er zijn verschillende soorten pijn, het is belangrijk om de juiste pijn te herkennen. Iedereen ervaart pijn anders, daarom is het belangrijk dat u de zegt hoe u de pijn ervaart.
Vb de aard, omvang, intensiteit,..
Door je pijn te verwoorden is het gemakkelijker om u pijn te begrijpen en daarbij de aangepaste behandeling te voorzien.
Pijn is meer dan lichamelijke pijn alleen, het omvat lichamelijke, emotionele, sociale en spirituele pijn. Ze beïnvloeden elkaar op elk moment, we spreken dan ook voor totale pijn
Pijn met een oorzaak, vb. operatie,…
Gevoelens van angst, eenzaamheid, afhankelijkheid, moedeloosheid,..
Sociale banden die verbreken als gevolg van de pijn of aandoening
Verlangen naar gehoord te worden, geborgenheid,…
Tijdens je opname in ons ziekenhuis, zal je meerdere keren per dag gevraagd worden of je een cijfer kunt geven aan de pijn. Er bestaat geen toestel om de pijn te meten, alleen jij kan vertellen of je pijn hebt en hoe je die pijn ervaart. Dat doen we aan de hand van een pijnschaal met cijfers van 0 tot 10 en de bijhorende omschrijving, het is belangrijk voor je om een cijfer door te geven aan de verpleegkundige dat overeenstemt met jouw pijn. Het is tevens belangrijk om aan te geven waar en wanneer het pijn doet. Zo krijgen wij een goed beeld van jouw pijn en zo kunnen we een effectieve pijntherapie opstarten en/of verder opvolgen.
Als patiënt of familielid ben jij de belangrijkste informatiebron om pijn vroegtijdig te rapporteren. Zeg het dus spontaan tegen de verpleegkundigen als jij of jouw familielid pijn heeft, niet alleen op de momenten dat er expliciet naar gevraagd wordt.
Pijn kan veroorzaakt worden door:
Gevolgen van pijn
Het is belangrijk om dit tijdig te melden aan uw (huis)arts en de problemen bespreekbaar te maken.
Als pijn veel invloed heeft op uw dagelijks leven, is het belangrijk dat uw omgeving hierin mee te betrekken. Want om het alleen te doen is het bijna onmogelijk om uw pijn beheersbaar te maken.
Tijdens je ziekenhuisopname wordt afhankelijk van de reden van opname een pijnbeleid opgestart. Tijdens de opname wordt aan de hand van de pijnscore die je aangeeft het pijnbeleid verder gegeven of aangepast waar nodig.
Als je de pijn zo ervaart, dat de grens van wat comfortabel is overschreden wordt, zal de verpleegkundige met jou overleggen hoe de pijn kan verlicht worden.
Een pijnbehandeling kan met of zonder medicatie ( zie hieronder). Het zal niet altijd mogelijk zijn om de pijn volledig weg te nemen, we streven een comfortabel niveau na.
Blijft de pijn aanhouden, laat dit dan zeker weten aan de verpleegkundige zodat er samen naar een oplossing kan gezocht worden.
Zeker bij ontslag op zoek gaan naar een gezond evenwicht tussen rust en activiteit onder meer door evenwichtige verdeling van activiteiten over de dag en de week, afwisseling tussen inspanning en ontspanning, afwisseling tussen lichamelijke en mentale inspanning en afwisseling tussen activiteiten die je moet doen en die je wilt doen.
Dit kan door toediening pijnmedicatie of door bepaalde infiltraties
Er bestaan verschillende soorten klassieke pijnmedicatie, we kunnen die indelen in 3 trappen volgens de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie)
Opgelet bij inname pijnmedicatie:
veel medicatie heeft dezelfde werking maar een andere benaming. Bij combinatie van gelijkaardige medicatie oppassen voor overdosering. Neem enkel medicatie in die voorgeschreven is, bij twijfel neem steeds contact op met huisarts of huisapotheker.
Als de pijn beter is, steeds pijnmedicatie afbouwen volgens schema nooit direct alles stoppen. Bij twijfel neem steeds contact op met huisarts of huisapotheker
Hiertoe behoort de medicatie die we 'basispijnstillers' noemen. Zij worden als eerste keuze genomen en bij onvoldoende pijnstillend effect dient een arts geraadpleegd te worden. Deze groep medicatie is een belangrijk onderdeel in het pijnbeleid en dient vaak als een soort fundament, waarbij combinaties met medicatie uit andere trappen mogelijk is.
Paracetamol
Beschouwen we als start- en basispijnmedicatie door zijn bewezen werkzaamheid en veiligheidsprofiel.
Helpt bij acute als chronische pijn
Is koortswerend maar niet ontstekingsremmend. Bij ontstekingspijn best een extra ontstekingsremmer innemen
Als laatste pijnmedicatie afbouwen volgens pijn tot stop
Vb.: Dafalgan®, Algostase®, Panadol®, Perdolan®,…
Acetylsalicylzuur
Worden nog zelden voorgeschreven als pijnstiller, enkel in lage dosis als bloedverdunner
Opgepast in sommige combinatiepreparaten van pijnstilling voor vb. migraine,…is acetylsalicylzuur aanwezig, stoppen voor operaties of sommige behandelingen ( bloedverdunner)
Hebben pijnstillende, koortswerende en ontstekingsremmende werking
Vb. Aspirine®, Aspegic®, Excedryn®,….
Onstekingsremmers of niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen ( = NSAID)
Deze medicatie kan je innemen wanneer een ontstekingsremmend effect gewenst is of wanneer onvoldoende pijnstilling ervaren wordt met paracetamol. Gebruik deze steeds in de laagst werkzame dosis en een zo kort mogelijke periode om de symptomen te bestrijden. Combineer ook nooit 2 verschillende ontstekingsremmers.
Neem deze medicatie steeds in bij de maaltijd met een groot glas water, om maagklachten te voorkomen.
Bij oudere patiënten of bij patiënten met bepaalde aandoeningen, raden we aan om tijdens de termijn van gebruik van de ontstekingsremmer, ook maagbescherming te gebruiken. Vraag dit eventueel na bij je arts indien dit niet voorgeschreven werd.
Sommige patiënten gebruiken beter geen ontstekingsremmers bv. mensen met die bariatrische heelkunde ondergingen, met matig tot ernstig hartfalen, ernstige nierinsufficiëntie, leverinsufficiëntie,… Meld dit steeds aan je arts.
Een aantal voorbeelden van ontstekingsremmers
Apranax® (naproxen), Arcoxia® (etoricoxib), Brexine® (piroxicam), Brufen®, Celebrex® (celecoxib), Gambaran® (nabumeton), Mobic® (meloxicam), Motifene® (diclofenac), Nurofen®, Spidifen® (ibuprofen), Voltaren®
Vraag bij twijfel steeds raad aan je huisarts of huisapotheker.
Wanneer 'basismedicatie' uit trap 1 onvoldoende zijn om pijnpieken te vermijden, kan trap 2 medicatie toegevoegd worden aan het pijnbeleid. Dit is echter op geleide van pijn en onder strikt medisch toezicht. Deze medicatie mag gecombineerd worden met medicatie uit trap 1.
Voorkeursmiddel is Tramadol. We bevelen codeïne niet aan vanwege onvoldoende effect en het frequent optreden van bijwerkingen.
Tramadol kan bepaalde nevenwerkingen hebben zoals bv. duizeligheid, misselijkheid, braken, hoofdpijn, droge mond, obstipatie, zweten, vermoeidheid en slaperigheid.
Associatie van een laxativum gedurende de termijn van opioïdgebruik is aanbevolen vb. Movicol. Dit is zonder voorschrift te verkrijgen bij je huisapotheker.
Er kan misselijkheid optreden bij opstart van deze medicatie. Deze is echter van voorbijgaande aard. Indien nodig kan medicatie voorgeschreven worden die hierbij helpt. Meld dit steeds aan je arts.
Bij geriatrische patiënten wordt Trap 2 pijnmedicatie meestal niet toegediend omwille van bijwerkingen en onvoldoende pijnstillende effect.
Bij langer durend gebruik kan ook afhankelijkheid optreden, als de pijn vermindert is het eerst de Trap 2 pijnmedicatie die afgebouwd wordt
Tramadol kan ook een invloed hebben op de rijvaardigheid tijdens de eerste 2 weken van het gebruik, dus autorijden wordt in die periode afgeraden.
Gebruik deze medicatie alleen zoals voorgeschreven.
Overblijvende medicatie mag niet gebruikt worden op een ander moment of door andere personen.
Er wordt een sterkwerkend opioïd overwogen als er sprake is van ernstige pijn met dusdanig veel invloed op het dagelijks functioneren dat deze situatie moet worden doorbroken en de pijn met de overige behandelingen en optimaal ingestelde medicatie uit de vorige stappen onvoldoende vermindert.
Deze zijn echter alleen op geleide van pijn en onder strikt medisch toezicht te gebruiken. Deze medicatie mag gecombineerd worden met medicatie uit Trap 1, best niet met medicatie uit Trap 2 omwille van bijwerkingen.
Bijwerkingen komen vooral bij start en dosisverhoging voor: problemen in het dagelijks functioneren door sufheid, misselijkheid en braken. bijwerkingen op langere termijn (vooral bij ouderen) kunnen vnl. zijn: vermindering van de cognitieve functies, urineretentie en verwardheid.
Associatie van een laxativum gedurende de termijn van opioïdgebruik is aanbevolen vb. Movicol. Dit is zonder voorschrift te verkrijgen bij je huisapotheker.
Er is een risico op gewenning en afhankelijkheid, waardoor steeds hogere doseringen nodig zijn en meer bijwerkingen mogelijk zijn. De kans hierop neemt toe naarmate het gebruik langer duurt.
Opioïden kunnen ook een invloed hebben op de rijvaardigheid tijdens de eerste 2 weken van het gebruik, dus autorijden wordt in die periode afgeraden.
Er dient regelmatig met de (huis)arts besproken te worden of en hoe het gebruik van deze medicatie kan afgebouwd en gestopt worden.
Gebruik deze medicatie enkel zoals voorgeschreven.
Overblijvende medicatie mag niet gebruikt worden op en ander moment of door andere personen.
Voorbeelden van sterke opioïden: Morphine Teva®, MS Contin®, MS Direct®, Temgesic®, Transtec®, Durogesic® , Fentanyl Sandoz®, Matrifen®, Palladone®, Oxycontin®, Oxynorm®
Vraag bij twijfel steeds raad aan je huisarts of huisapotheker.