Wij vinden het belangrijk dat jij, als naaste van de patiënt, betrokken bent in de begeleiding, maar we kunnen dit alleen doen als de patiënt hiervoor toestemming geeft. Soms wil een patiënt (tijdelijk) om diverse redenen niet dat de omgeving betrokken wordt. We respecteren hierbij de wensen van de patiënt doch laten hem/haar nadenken over de voordelen van betrokkenheid. Het geven van informatie aan familie gebeurt zoveel mogelijk in aanwezigheid van de patiënt om de therapeutische relatie met de patiënt te respecteren.
Via informatieve gesprekken proberen we verschillende visies rond het ziek zijn van de patiënt te verzamelen. Dit doen we om een zo volledig mogelijk beeld te bekomen. Een psychische aandoening heeft niet alleen invloed op het leven van de patiënt, maar heeft vaak ook een impact op de omgeving, wat een zware belasting kan betekenen. Om ook voor de omgeving ondersteuning te voorzien, zijn wij steeds bereid samen een gesprek aan te gaan en mee te zoeken naar geschikte hulpverlening. Het kan aangewezen zijn om een koppel- of gezinsgesprek te houden. Hiervoor zal de psycholoog jou uitnodigen.
In het behandelplan nemen we ook de doelstelling op die jij, als familie of naaste, hebt op korte en lange termijn. Deze doelstellingen koppelen we tijdens de gesprekken en evaluatiemomenten terug met de patiënt. We stimuleren de patiënten om in dialoog te gaan met hun omgeving over hun ziekteproces en over hun weekendverblijf thuis.
De privacywet en het beroepsgeheim beperken de informatie die hulpverleners aan familie mogen geven zonder toestemming van de patiënt zeer sterk. Hulpverleners mogen enkel in bijzondere situaties, waar sprake is van een vitaal belang voor de patiënt, beperkte persoonsgebonden informatie geven. Als de hulpverlener toch informatie geeft zonder toestemming omdat er geen mogelijkheid is dit vooraf aan de patiënt te vragen, wordt de patiënt hierover zo snel als mogelijk geïnformeerd en wordt dit in het patiëntendossier genoteerd.
Het is raadzaam om binnen de familie en/of naasten-kring één of twee contactpersonen aan te stellen die het contact tussen de hulpverleners en de rest van de familie onderhouden en het bezoek coördineren. Informatie over de behandeling en/of toestand van de patiënt wordt alleen verstrekt aan deze contactpersonen. Het is belangrijk bij opname naam en telefoonnummer van deze contactpersonen aan de verpleegkundige door te geven. Zo kunnen wij, in geval van nood, contact opnemen. Ook hiervoor geldt dat toestemming van de patiënt nodig is. Wanneer bijvoorbeeld iemand de behandeling op eigen initiatief wenst te stoppen en het ziekenhuis verlaat, kunnen we (helaas) niet zo maar contact opnemen.
Tenslotte hebben we ook oog voor kinderen van patiënten en werken we samen met KOPP (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen). Zij bieden hulpverlening op een begrijpbare wijze wanneer kinderen de situatie thuis onvoldoende kunnen plaatsen.